News -
Nieuwe Wro ingevoerd

21-7-2008


Met ingang van 1 juli 2008 zijn de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Hiermee is de discussie over het wettelijk stelsel van de ruimtelijke ordening na een periode van bijna 10 jaar (voorlopig) afgerond. Wat betekent dit voor u en wat kan Royal Haskoning voor u betekenen?


Onderstaand treft u in vogelvlucht de belangrijkste aandachtspunten van de Wro en Bro voor de gemeentelijke praktijk aan.

Structuurvisie
De gemeente is verplicht om voor het gehele gemeentelijke grondgebied één of meer structuurvisies op te stellen. Deze structuurvisie(s) bevat(en) de hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling (art. 2.1 Wro). Belangrijk is om op te merken dat in de gemeentelijke structuurvisie geen concrete beleidsbeslissingen (meer) kunnen worden opgenomen. De structuurvisie is op de negatieve lijst van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geplaatst, waardoor ook geen beroep (meer) open staat tegen de vaststelling van een structuurvisie. Het uitgangspunt is de structuurvisie zoveel mogelijk vorm- en procedurevrij te houden.


 
De Wro bevat dan ook géén procedurele voorschriften. Wel is, naar aanleiding van de behandeling van het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de eerste kamer, een meldingsplicht opgenomen waarin moet worden aangegeven of en op welke wijze participatie van het publiek zal plaatsvinden.
Klik hier voor meer infomatie over Structuurvisie Bronckhorst

Bestemmingsplan
Het opstellen van een bestemmingsplan wordt verplicht gesteld voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het bestemmingsplan is 10 jaar geldig. Vóór het verstrijken van die termijn moet het worden herzien of verlengd (art. 3.1, lid 2 en 3 Wro). Indien dat niet tijdig gebeurd, dan vervalt van rechtswege de bevoegdheid tot het vorderen van rechten (leges). In het bestemmingsplan kunnen de volgende instrumenten worden opgenomen:
• Tijdelijke bestemmingen voor een periode van maximaal 5 jaar (art. 3.2);
• Aanlegvergunningenstelsel (art. 3.3 sub a)
• Sloopvergunningenstelsel (art. 3.3. sub b)
• Aanwijzing versnelde onteigening (art. 3.4)
• Stadsvernieuwingsregeling (art. 3.5)
• Wijzigingsbevoegdheid (art. 3.6 lid 1 sub a)
• Uitwerkingsplicht (art. 3.6 lid 1 sub b)
• Binnenplanse ontheffing (art. 3.6 lid 1 sub c)
• Nadere eisenregeling (art. 3.6 lid 1 sub d)

 


De bestemmingsplanprocedure wordt ingekort. Het provinciale goedkeuringsvereiste komt te vervallen. Op 1 juli 2009 wordt de gemeente verplicht het bestemmingsplan digitaal vast te stellen en ter beschikking te stellen op www.ruimtelijkeplannen.nl. De digitaliseringsvereisten worden vastgelegd in een ministeriële regeling op basis van het Bro.

Introductie beheersverordening
De Wro voorziet in de mogelijkheid om voor gronden waar “...’geen’ ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorzien...”, in plaats van een bestemmingsplan een beheersverordening vast te stellen. De beheersverordening dient te worden gezien als een algemeen verbindend voorschrift ex art. 8:2 Awb waartegen geen bezwaar en beroep open staat, tenzij uitdrukkelijk geregeld. Voor zover er een procedure gewenst is, kan dit geregeld worden via de gemeentelijke inspraakprocedure. Via een beheersverordening is het voortaan mogelijk om op eenvoudige wijze het planologisch toegestane gebruik voort te zetten, zonder dat een zware procedure moet worden doorlopen.
 



Vervallen artikel 19 WRO vrijstelling, introductie projectbesluit en buitenplanse ontheffing
De artikel 19 WRO-procedure komt te vervallen. Hiervoor in de plaats introduceert de wet het projectbesluit. De klassieke driedeling van de artikel 19 procedure in zwaar (lid 1), middelzwaar (lid 2) en licht (‘kruimelgevallen’; lid 3 jo. art. 20 Bro) keert niet terug in het projectbesluit. Dit houdt in dat voor alle buitenplanse ontwikkelingen in beginsel dezelfde procedure moet worden doorlopen. Om te voorkomen dat voor allerlei kleinschalige ontwikkelingen ook een projectbesluit moet worden genomen, is in de Wro de buitenplanse ontheffing opgenomen. Daarmee kan voor bepaalde categorieën bouwwerken (denk aan dakkapellen, serres en transformatorhuisjes) worden bepaald dat, voor die bouwwerken, géén projectbesluit noodzakelijk is. In die gevallen kan worden volstaan met de lichtere procedure van de buitenplanse ontheffing op grond van artikel 3:23 Wro. Deze bepaling is in art. 4.1.1. van het Bro verder uitgewerkt. De nieuwe ‘kruimelgevallenregeling’ is qua aard vergelijkbaar met de regeling in het huidige Bro.

Belangrijk is de eis dat het project waarvoor het projectbesluit wordt genomen, binnen een jaar moet zijn verwerkt in het geldende bestemmingsplan of een beheersverordening. Deze termijn kan worden verlengd maar tot die tijd mag de gemeente géén leges heffen. Indien het project niet (tijdig) wordt verwerkt in een bestemmingsplan of beheersverordening, dan vervalt van rechtswege de bevoegdheid tot het vorderen van leges. Dit alles zorgt ervoor dat sommige gemeenten naar verwachting wat terughoudend zullen zijn bij het toepassen van dit instrument. De tijdelijke vrijstelling ex artikel 17 WRO is wel gehandhaafd, namelijk in art. 3.22 lid 1 Wro.

Introductie exploitatieplan
Centrale doelstelling van de Grondexploitatiewet, zoals opgenomen in afdeling 6.4 van de Wro, is de verbetering van de gemeentelijke mogelijkheden tot kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. Daarom is in artikel 6.12 lid 1 bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor ‘gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen’, tenzij het verhaal van de kosten op andere wijze is verzekerd. Indien er sprake is van een bouwplan moeten de kosten – zoals opgenomen op de limitatieve kostenlijst – worden verhaald op de particuliere ontwikkelaar.



Het gemeentelijk exploitatieplan kan eisen bevatten met betrekking tot:
• werken, werkzaamheden en bouwrijp maken;
• de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte;
• berekeningen en toerekening van kosten en opbrengsten;
• fasering enz.
Het exploitatieplan moet tegelijkertijd worden vastgesteld en bekendgemaakt met het bestemmingsplan en jaarlijks moeten worden herzien. Indien een bouwvergunningaanvraag niet voldoet aan de vereisten van het exploitatieplan, dan wel de exploitatiebijdrage niet wordt voldaan, dan zijn dit weigeringsgronden voor een bouwvergunning. De Woningwet zal hieraan worden aangepast. 

 

 



back to News & press releases

Meer informatie

Consultant:
Jerry de Rijke
Jerry de Rijke
T +31 (0)10 2865 413
E Jerry de Rijke