De duinpolders worden hydrologisch gekarakteriseerd door enerzijds de invloed van kwelwater uit de duinen en de strandwallen en anderzijds de invloed van polderwater uit de aangrenzende veengebieden en boezemwateren.
Door de complexe bodemopbouw, geomorfologie en hydrologie van het duingebied, de kleiafzettingen van het Oer-IJ en de veenafzettingen bezit het gebied een hoge ecologische potentie.
In de loop van de jaren is echter de waterhuishouding en het gebruik van ruimte gewijzigd.
Zo is met name in de boezem het peil steeds verder gereguleerd en is er minder sprake van een natuurlijke fluctuatie in het waterpeil.
West-Oost profiel A-A’ over het duin gebied, strandwal te Limmen, Het Die en de Schermer. Met behulp van de stroombanen kunnen zowel jonge (lichtblauw <100 jaar, lichtgroen (100-200 jaar) als oude (rood > 200 jaar) grondwaterstromingssystemen worden onderscheiden.
‘De duinpolder ontboezemt’ is de veelzeggende titel van het ecohydrologische onderzoek in de duinpolders van Castricum, Akersloot, Limmen en Uitgeest. Opdrachtgever van het onderzoek is Het Noord-Hollands Landschap. Naast een bijdrage van het ministerie van LNV (OBN) werd subsidie verleend door waterschap het Lange Rond, hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen en provincie Noord-Holland. De titel van het onderzoek zinspeelt op mogelijkheden om in duinpolders minder tot geen boezemwater in te laten.
Minder tot geen inlaat van boezemwater kan alleen wanneer in afzonderlijke duinpolders voldoende gebiedseigen water voorhanden is (ook in de drogere zomermaanden). Een belangrijk onderdeel in het onderzoek is dan ook geweest om een beter beeld te krijgen van de relatie tussen infiltrerend regenwater, aanvoer van boezemwater en waar kwel optreedt.
Met behulp van een grondwatermodel is een watersystemenkaart gemaakt. Op de kaart zijn 3 type gebieden te onderscheiden. Het eerste zijn gebieden waar een wateroverschot is en afvoer plaatsvindt of nodig is via het oppervlaktewatersysteem. Het tweede type zijn gebieden die neutraal zijn, dus geen overschot en geen tekort aan water. Het derde type zijn gebieden waar een watertekort is en water aangevoerd wordt of nodig is.
Het hydrologische systeem in dit gebied verandert gedurende het jaar continu van karakter. Zo is in relatie tussen infiltrerend regenwater, aanvoer van boezemwater en kwel de ene maand infiltrerend regenwater het belangrijkst maar een andere maand is dat het geval voor de kwel. Er zijn daarom 12 watersysteemkaarten gemaakt, voor iedere maand één.


Geen postinginfo gevonden!